Ondersteuning

Het volgen van de ontwikkeling van de leerlingen

Op de groen van Prinstererschool houden we voortdurend in de gaten of al onze leerlingen aan het reguliere onderwijsaanbod voldoende hebben, of dat er op het cognitieve, dan wel sociaal-emotionele vlak extra ondersteuning nodig is. Op drie manieren wordt de groei en voortgang van leerlingen bekeken en beoordeeld:
– door observatie van de leerlingen en controle van het werk dat gemaakt is;
– door het afnemen van methode-afhankelijke toetsen;
– door het afnemen van toetsen vanuit de methoden (vanaf groep 3).

We gebruiken de Cito-toetsen Taal voor Kleuters en Rekenen voor Kleuters in groep 1 en 2. In de andere groe- pen gebruiken we Cito-toetsen op de gebieden Rekenen & Wiskunde, Spelling, Lezen en Begrijpend Lezen. In groep 8 wordt in april/mei de IEP-toets afgenomen.

De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleerkracht

Per leerling wordt er gewerkt aan de verslaggeving. De groepsleerkracht brengt dit tot uiting in de becijfering en de observatie. Dit is terug te vinden in de cijferlijsten en in het leerlingvolgsysteem (LVS) ParnasSys.

Leerlingbesprekingen

Per jaar zijn er vier leerlingbesprekingen om de vorderingen van de leerlingen te bespreken. Vragen over de sociaal-emotionele ontwikkeling en de vorderingen van uw kind stelt u aan de groepsleerkracht. Hij of zij is de aangewezen persoon, bij wie u met uw vragen terecht kunt. De leerkracht zal zo nodig de intern begeleider en/ of het managementteam om advies vragen of uw vraag meenemen naar de leerlingbespreking.

Ondersteuningsteam

Viermaal per jaar komt een orthopedagoge van Driestar educatief (de schoolbegeleidingsdienst) naar onze school voor consultatie. Vragen over leerlingen kunnen we met haar bespreken. Indien noodzakelijk wordt er een observatie gedaan. Uw toestemming wordt van tevoren gevraagd. Ook een oudergesprek behoort tot de mogelijkheden. Op dezelfde dag vindt en een gezamenlijk overleg plaats tussen directeur, teamleiders, intern begeleiders, orthopedagoge en medewerker van het Centrum Jeugd en Gezin.

Contact met ouders

Ons streven is dat de leerlingen eens per twee jaar thuis worden bezocht door de leerkracht. U krijgt de keuze uit een luisterbezoek of een “gewoon” ouderbezoek. Het luisterbezoek zal plaatsvinden vóór de herfstvakantie en is bedoeld om van u als ouders informatie te krijgen over uw kind. Een “gewoon” ouderbezoek zal later in het schooljaar plaatsvinden.In het schooljaar dat uw kind niet aan de beurt is voor een bezoek, krijgt u aan het begin van het schooljaar een uitnodiging voor de luistergesprekken avond op school.In februari van het schooljaar krijgen de leerlingen van groep 1 t/m 8 hun eerste rapport. Natuurlijk bent u ook gedurende de periode voorafgaand aan het rapport nieuwsgierig naar de resultaten en de voortgang die uw kind maakt. Daarom worden voor de ouders van de groepen 3 t/m 8 de resultaten van rekenen, taal, spelling, lezen en de zaakvakken via het ouderportaal van ParnasSys gedurende een week zichtbaar gemaakt in de maand november. Als ouder kunt u de resultaten dan zelf thuis inzien. De resultaten kunnen u aanleiding geventot zorgen of vragen. In dat geval kunt u met uw vraag/zorg terecht bij de leerkracht. Na het eerste rapport (februari) wordt u uitgenodigd voor een gesprek met de leerkracht op de contactavond. Het tweede rapport wordt voor groep 1 en 2 meegegeven in juni, voor groep 3 t/m in de laatste schoolweek voor de zomervakantie, zodat u desgewenst nog vragen kunt stellen aan de leerkracht.

In januari van het betreffende schooljaar beleggen we een informatieavond voor de ouders van de leerlingen van groep 7 en 8. Deze avond, die in samenwerking met de scholengemeenschap Pieter Zandt wordt georganiseerd, heeft tot doel u te informeren over het overgangsproces van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Voor de ouders van de leerlingen van groep 8 wordt een extra avond belegd, speciaal gericht op de overgang van de leerlingen naar het Voortgezet Onderwijs

Daarnaast geven we u inzage in de uitslagen van de Cito en IEP (groep 8) toetsen. Dit zijn landelijk genormeer- de toetsen en daardoor is de betrouwbaarheid groter dan de inhoud van de rapporten. Er zijn duidelijke afspra- ken over het berekenen van rapportcijfers. In sommige situaties becijferen we ook pedagogisch; dit wordt met een * op het rapport aangegeven.

Twee keer per jaar worden de ouders en grootouders op school uitgenodigd om gedurende een dagdeel kennis te nemen van het onderwijsleerproces in de groepen.

De zorg voor leerlingen met specifieke behoeften

Als de leerkracht problemen signaleert bij een leerling, is overleg noodzakelijk. Dit overleg zal plaatsvinden met de ouders, leerkrachten en met de intern begeleider en eventueel met het managementteam.

De ouders zullen in geval van mogelijk te treffen maatregelen op de hoogte worden gebracht. Hulp van buitenaf is niet mogelijk zonder eerst de ouders in te lichten.

De voorzieningen

Een overweging kan zijn om eerst individuele hulp te geven binnen het geheel van de groep. Mogelijke adviezen kunnen zijn: extra aandacht, herhalingsstof, beperking tot minimumstof, oefenwerk mee naar huis, extra hulp voor, tijdens of na schooltijd. Hiervoor wordt een handelingsplan opgesteld, dat met u als ouders wordt gedeeld. De uitvoering van de in het handelingsplan beschreven activiteiten zal in de meeste gevallen in de klas plaats- vinden. Indien noodzakelijk krijgt de leerling individuele aandacht van de remedial teacher buiten de klas. De doelmatigheid en de voortgang van de hulp wordt bijgehouden.

Het kan zijn, dat de belemmeringen van dien aard zijn, dat de schoolbegeleidingsdienst moet worden ingescha- keld en het advies van de orthopedagoge gewenst is. Ambulante hulp door externe deskundigen is een moge- lijkheid en wordt ook geboden op onze school. Verwijzing naar een andere school kan alleen, als alle relevante vormen van hulpverlening zijn ingezet en niet toereikend zijn.

De lijnen naar de schoolbegeleidingsdienst zijn betrekkelijk kort. Tussen het nemen van het besluit om deze dienst in te schakelen en de daadwerkelijke advisering verloopt in principe niet meer dan zes weken.

Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften

In sommige gevallen zal naar de juiste plaats voor de leerling moeten worden gezocht. Gelet op het niveau van de leerling en de groep is doubleren soms een oplossing. De mogelijkheid bestaat ook, dat leerlingen met meer dan gemiddelde prestaties een groep overslaan. Hiervoor is een protocol geschreven, omdat we hier heel zorg- vuldig mee om willen gaan. Verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs kan alleen via een verwijzingscommissie plaatsvinden. Deze laatste regeling is landelijk verplicht gesteld. Als tot een verwijzing moet worden overgegaan, is er het nodige overleg gepasseerd. Intern hebben de groepsleerkracht, intern begeleider, remedial teacher en managementteam zich over de kwestie gebogen. Extern zijn de schoolbegeleidingsdienst, jeugdverpleegkundige en/of de logopedist betrokken. Ook wordt het loket betrokken. Het loket (voorheen de permanente commissie leerlingenzorg PCL) is verbonden aan het reformatorisch samenwerkingsverband “Berséba” Noordoost. Het loket bespreekt onze zorg over leerlingen en geeft ons advies. Zo kan er het advies van ambulante hulp komen, een advies tot psychologisch onderzoek, een advies dat leidt tot doublure van een leerling en dergelijke.

Plaatsing van leerlingen met een handicap

Op 1 augustus 2003 trad de Wet op de Expertisecentra in werking. De regeling Leerling Gebonden Financiering (LGF) maakte hier deel van uit. Deze regeling hield in dat kinderen met een handicap met een zogenaamde ‘rugzak’ op een gewone basisschool konden worden toegelaten. Door de wet op passend onderwijs die per 1 au- gustus 2014 van kracht is geworden worden de zogenaamde “rugzakken” niet meer toegekend. De school ont- vangt gelden om deze ondersteuning zelf in te kopen of te verzorgen. Onze school heeft een ondersteuningspro- fiel vastgesteld, waarin omschreven is welke ondersteuning de school kan bieden en welke niet. Het gaat hierbij om de door de inspectie in haar toezichtskader beschreven basiskwaliteit, om de door het samenwerkingsverband Berséba beschreven basiskwaliteit en de door de school gekozen extra ondersteuning. Als u uw kind, dat bijzondere zorg nodig heeft, wilt aanmelden kunt u een gesprek aanvragen met de directeur.

Onze school maakt deel uit van het reformatorisch landelijk samenwerkingsverband Berséba, regio Noord- oost. Deze regio beschikt over een Loket, waar school en ouders terecht kunnen voor adviezen en informatie v.w.b. de juiste ondersteuning van zorgleerlingen. Ook kan de school bij het loket een aanvraag indienen voor Ambulante Begeleiding, voor een psychologisch onderzoek of een toelaatbaarheidsverklaring voor het sbo/so. Deze aanvraag gebeurt door de school, uiteraard in overleg met de ouders. De beide reformatorische speciale scholen voor basisonderwijs van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool en de Obadjaschool

Arrangementen

Aan uw kind kan soms een arrangement worden toegekend. Dit gebeurt als de gewenste ondersteuning daar om vraagt. Deze arrangementen bestaan er in verschillende vorm. Soms kan de school er zelf in voorzien, soms is hierbij hulp van buitenaf noodzakelijk. Arrangementen die toegekend worden door het Loket Noordoost zijn: een Psychologisch Onderzoek, een toelaatbaarheidsverklaring voor het sbo/so of het toekennen van Am- bulante Begeleiding vanuit de regio. Andere arrangementen worden door de school aangevraagd/toegekend: inkoop van Ambulante Begeleiding vanuit cluster 1 (visuele problemen), cluster 2 (taalspraak problemen), clus- ter 3 (lichamelijke- en verstandelijke handicap), cluster 4 (gedrag).

Begeleiding van de overgang van leerlingen naar het voortgezet onderwijs

De extra informatieavond voor groep 8 staat geheel in het teken van de schoolkeuze na de basisschool. De schoolkeuze wordt bepaald aan de hand van de kwaliteit van het werk op school en de resultaten van het Leerlingen Volg Systeem.
Voor de leerlingen en hun ouders is er naast de informatie avond binnen onze school een kennismakingsavond op de Pieter Zandt Scholengemeenschap (eventueel op een andere VO-school). Voor de leerlingen is er ook een kennismakingsmiddag met de toekomstige klasgenoten op de Pieter Zandt SG.
Om de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs zo goed mogelijk te laten verlopen is er een BOVO-commissie in het leven geroepen. De leden hiervan zijn afkomstig uit het basisonderwijs en de Pieter Zandt Scholengemeenschap. Mogelijke knelpunten komen daar aan de orde en er wordt nagedacht over de af- stemming tussen het onderwijs op de basisschool en het voortgezet onderwijs. De directeur van onze school is ook lid van deze commissie.
Als de leerlingen de school verlaten, zal de school een onderwijskundig rapport samenstellen, waarin een advies wordt gegeven aan de ouders betreffende de studierichting van hun kind. Met deze gegevens zal het gesprek met de ouders worden gevoerd om tot een eensluidende keuze te komen. Dit advies zal worden meegedeeld aan de vervolgschool. De ouders worden later in dit jaar in kennis gesteld van de uitslag van de eindtoets. Hiervan ontvangt het voortgezet onderwijs ook een afschrift. Als er geen overeenstemming is, beslist de basisschool. De aanmeldingsprocedure naar het VO verloopt via de basisschool.
Over de verdere schoolloopbaan van de leerlingen worden we geïnformeerd door het voortgezet onderwijs. Deze informatie bestaat uit het melden van de resultaten van de oud-leerlingen aan de basisschool tot drie jaar na het verlaten van de basisschool.

Informatie over de Jeugdgezondheidszorg

Uw kind bezoekt één van de scholen in het werkgebied van de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Re- gio IJssel-Vecht te Zwolle. Die stelt zich ten doel een gezonde groei en ontwikkeling van kinderen te bevorde- ren. Concreet heeft zij als taak het opsporen, bestrijden en voorkomen van oorzaken die een gezonde groei en ontwikkeling verstoren.
Tot het vierde levensjaar wordt Jeugdgezondheidszorg uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de OKZ-ver- pleegkundige (Ouder en Kindzorg) van de Thuiszorginstellingen. Wanneer het kind 4 jaar wordt, neemt de GGD deze taak over. De gegevens van het consultatiebureau gaan dan over naar de GGD, wanneer u als ouder of verzorger hiervoor toestemming hebt gegeven. De zorg is in handen van een Jeugdgezondheidszorgteam. Deze bestaat uit een jeugdarts, een jeugdverpleegkundige en een jeugdartsassistente.
Uw kind wordt in groep 2 uitgebreid op groei en ontwikkeling onderzocht door de doktersassistente. Er vindteen gesprek plaats met u en uw kind over hoe het met uw kind gaat: thuis, op school en in de vrije tijd. Het onderzoek bestaat uit controle van het gehoor en het gezichtsvermogen, meting van de lengte en het gewicht, lichamelijk onderzoek en onderzoek naar de motoriek.
In de loop van groep 7 ontvangt u via de post een vragenlijst met vragen over de gezondheid van uw kind. Ook wordt in het vragenformulier ingegaan op mogelijke problemen of klachten die te maken hebben met de ont- wikkeling van uw kind en vragen op opvoedkundig gebied. Deze vragenlijst dient u op school in te leveren. Daarna wordt uw kind op school gezien door een verpleegkundige/doktersassistente Bovengenoemde vragen kunnen hierbij ook aan de orde komen.
Als daar aanleiding voor is kunt u uitgenodigd worden door de verpleegkundige van het CJG, die eens in de maand zitting heeft op onze school, om met uw kind op het spreekuur te komen.
Ook voor andere vragen die u als ouder heeft op het gebied van opvoeding, oren, ogen, gedrag zindelijkheid e.d. kunt u terecht op het inloopspreekuur wat maandelijks op school plaatsvindt. De data hiervan vindt u op het jaarrooster.
Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie, dan kunt u contact opnemen met GGD Regio IJssel-Vecht (zie paragraaf 2.2 van de informatiegids).

Logopedie op school

Op iedere basisschool in Kampen komt sinds het schooljaar 2017-2018, een logopedist. Zij is werkzaam vanuit Logopedie op Scholen Lelystad (verbonden aan Stichting SchOOL) en komt op afspraak op onze school. De logopedist houdt zich bezig met de mondelinge communicatie: taal, spraak, stem, mondgedrag, vloeiendheid, auditieve vaardigheden en gehoor. In het dagelijks leven is communiceren onmisbaar. Een goede spraak- en taalontwikkeling is een belangrijke basis voor het leerproces. Soms verloopt de spraak- en/of taalontwikkeling niet vanzelf. Het opsporen van kinderen met logopedische problemen gebeurt door middel van de logopedi- sche screening. Deze is erop gericht kinderen te selecteren die risico lopen in de verdere spraak- en/of taalont- wikkeling.

De screening

Alle leerlingen worden door de logopedist op school gescreend in het schooljaar dat ze vijf jaar worden. Ouders krijgen in het begin van het schooljaar een toestemmingsformulier via de leerkracht. Dit formulier moet inge- vuld en ondertekend bij de leerkracht ingeleverd worden. Als de logopedist op school is neemt zij kinderen 1 voor 1 mee uit de klas om de screening uit te voeren. De ouders zijn hier niet bij aanwezig. Over de uitslag wor- den zowel ouders als leerkracht geïnformeerd, per brief of in een persoonlijk gesprek. Als blijkt dat er iets aan de hand is zijn er de volgende mogelijkheden:
– adviezen voor ouders en leerkrachten
– verwijzing naar logopedist in de vrije vestiging. Als u contact wilt opnemen met de logopedist dan kunt u dat via de leerkracht van uw kind doen. Meer informatie is te vinden op www.logopedieopscholenlelystad.nl

Dyslexie en vragen daarover

Vanaf het moment dat een kind op school komt wordt er gelet op signalen die kunnen wijzen op dyslexie. Die signalen komen binnen via observaties en screenings. Er wordt dan direct actie ondernomen voor extra ondersteuning.

In groep 3 wordt de eerste DMT (Drie Minuten Toets= hoeveel woordjes lees je in 3 min) afgenomen. Als een kind dan de laagste score haalt nl een E (en dus behoort bij de 10% laagst scorende leerlingen)  start het protocol. Dat betekent dat het kind 3x in de week 20 min leeshulp krijgt. Na een half jaar is er weer de DMT. Is het kind teveel vooruit gegaan, dan stopt het protocol. Haalt het kind weer een E, dan volgt er nog een half jaar intensieve hulp. Hierna volgt de 3e meting. Is het dan voor de derde keer een E, dan mag school een onderzoek aanvragen. School verzamelt gegevens en vult vragenlijsten in. Ouders krijgen ook een vragenlijst om in te vullen en dan wordt het dossier verstuurd naar Driestar Educatief. Zij screenen het dossier en vragen aan de gemeente om het onderzoek te bekostigen. Daarna kan het onderzoek plaatsvinden.

Als uit het onderzoek blijkt dat het kind inderdaad aan alle criteria voor dyslexie voldoet, komt hij of zij in aanmerking voor een vergoede behandeling. Die behandeling is wekelijks en duurt ongeveer een jaar. De behandeling ligt helemaal in handen van Driestar Educatief. School en thuis krijgen wel opdrachten mee om die met het kind te doen.

Er kan ook onderzoek volgen op het halen van 3 keer een E voor de Cito spelling. Natuurlijk is ook hier de eis weer dat er een jaar lang in totaal 60 min per week intensieve hulp is gegeven. Gaat een kind teveel vooruit, dan raakt het weer uit het protocol omdat dan de dyslexie “niet ernstig genoeg” is om voor behandeling in aanmerking te komen.

Waarom kan er dan door het voorgezet onderwijs zo snel een onderzoek plaatsvinden en een verklaring worden gegeven?

Op het voorgezet onderwijs mogen er andere toetsinstrumenten worden gebruikt en gelden er andere normscores. Na het onderzoek krijgt de leerling een verklaring en wordt er gekeken naar hulpmaterialen. Het grote verschil is dat er geen behandeling volgt. Dat is juist waar het ons om gaat. Het kind help je in het basisonderwijs nog verder  in het leesproces. Het  basisonderwijs heeft de mogelijkheid om tijdens de lessen in overleg met de ouders het kind in alles bij te staan. Zoals cito voorlezen, een maatje, langer tijd voor toetsen of juist mondeling toetsen. (Bij ons is het noodzakelijk om de behandeling te kunnen krijgen). De verklaring op zich voegt in die zin op het basisonderwijs niet veel toe, de behandeling wel!  Het bovenstaande beschreven proces is dus voorwaarde om voor die behandeling in aanmerking te komen.

Deze regels worden vanuit de overheid vastgelegd en daar hebben wij verder geen invloed op.